Wat doet oorlog met de beurs? De geschiedenis spreekt voor zich

De wereld staat in brand. Rusland vecht al jaren in Oekraïne. Het Midden-Oosten escaleert, de spanningen tussen de VS, Israël en Iran lopen op. Ondertussen staat jouw portefeuille rood en vraag je jezelf af: moet ik nu verkopen? Begrijpelijk. Maar voordat je iets doet, is het goed om te weten wat de geschiedenis ons vertelt over beleggen in oorlogstijd. En die boodschap is verrassender dan je denkt.

De eerste reactie van de beurs op oorlog

De eerste reactie van beurzen op een conflict is bijna altijd hetzelfde: Een daling. Beleggers vluchten naar veiligheid. Denk aan goud (hoewel die tijdens de Iran oorlog ook lager staat), staatsobligaties en cash. Aandelen gaan altijd wel omlaag. De onzekerheid is groot, het nieuws is slecht en niemand weet hoe het zich ontwikkelt.

Dat voelt logisch en toch is het vaak precies het verkeerde moment om te verkopen.

Want na die eerste schok volgt in de overgrote meerderheid van historische conflicten iets wat je niet verwacht… Herstel, snel herstel. De markt verwerkt nieuws razendsnel, past verwachtingen aan en kijkt vooruit. Niet naar vandaag, maar naar de winsten van bedrijven over 5 – 10 jaar.

Er is zelfs een oud beursgezegde dat dit samenvat: “koop als de kanonnen bulderen.” Het klinkt een beetje gek, maar de data laat zien dat dit klopt.

Ik hield mijn ETFs tijdens de invasie van Oekraïne gewoon aan. Drie weken later was het verlies goedgemaakt.

Wat de cijfers laten zien: conflict voor conflict

Voor de historische data in dit artikel gebruik ik de S&P 500, dit is de index met de langste betrouwbare reeks cijfers, terug tot 1926. Ik heb hier bewust voor gekozen. De MSCI World index bestaat pas sinds 1969, waardoor WO2 en Korea niet meetbaar zijn.

Belangrijk om te weten: de S&P 500 is puur Amerikaans. Europese beurzen, waaronder de AEX, reageren soms heftiger op conflicten die dichter bij huis plaatsvinden. Omdat de VS 60-70% van de wereldindex uitmaakt, loopt de S&P 500 in de praktijk sterk gelijk met wat een Nederlandse belegger in VWCE of IWDA ziet.

Tweede Wereldoorlog (1939–1945)

Dit is direct een complex voorbeeld, maar tegelijkertijd het meest overtuigend. Toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel, sloot de S&P 500 dat jaar vrijwel vlak: -0,41%. Geen grote klap.

In 1940 daalde de index met -9,78% toen Duitsland West-Europa binnentrok. In 1941, het jaar van Pearl Harbor, daalde de index met -11,59%.

Vanaf 1942 begint er iets bijzonders op de beurs te gebeuren. Terwijl de oorlog op zijn zwaarst was, keerde de markt:

JaarS&P 500 jaarrendement
1942+20,34%
1943+25,90%
1944+19,75%
1945+36,44%

Wie in april 1942, het dieptepunt, in paniek had verkocht, miste een van de beste beleggingsperiodes van de 20e eeuw. Eind 1945 stond de markt meer dan 50% hoger dan aan het begin van de oorlog.

Warren Buffett kocht zijn eerste aandelen in 1942, vlak na Pearl Harbor. Hij zei later: “Het laatste wat je wil bezitten tijdens een oorlog is cash.”

Koreaoorlog (1950–1953)

Tijdens de drie jaar dat de Koreaoorlog woedde, leverde de S&P 500 het volgende op:

JaarS&P 500 jaarrendement
1950+31,71%
1951+24,02%
1952+18,37%
1953-0,99%

Gemiddeld ruim 18% per jaar tijdens een actief oorlogsconflict.

Vietnamoorlog (1965–1975)

De Vietnam oorlog duurde natuurlijk langer (1955 – 1975), maar het jaar dat de VS escaleerde was in 1965, zodoende dat ik het vanaf dat jaar bekijk. De rendementen waren wisselend:

JaarS&P 500 jaarrendement
1965+12,45%
1966-10,06%
1967+23,98%
1968+11,06%
1969-8,50%
1970+4,01%
1971+14,31%
1972+18,98%
1973-14,66%
1974-26,47%
1975+37,20%

De slechte jaren 1973 en 1974 hadden overigens weinig met Vietnam te maken. Dat waren de jaren van het OPEC-olie-embargo en de daaruit volgende inflatiespiraal. Dit bewijst dat de economische context meer uitmaakt dan de oorlog zelf.

Golfoorlog (1990–1991)

Na de Iraakse invasie van Koeweit in augustus 1990 daalde de S&P 500 dat jaar met -3,10%. Zodra Operatie Desert Storm begon in januari 1991, keerde het sentiment. Het eindresultaat van 1991: +30,47%.

11 september 2001

De week na de aanslagen sloot de markt voor het eerst sinds de Depressie. Bij heropening verloor de S&P 500 in die week -12,5%. Maar het jaarrendement van 2001 was -11,89% — en de aanslag is niet de oorzaak. De dotcombubbel was al maanden eerder begonnen te leeglopen. Het jaar 2000 was al -9,10% geweest. De economie zat al in recessie voor de vliegtuigen de torens raakten.

Wie in paniek verkocht na 9/11, miste het herstel: 2003 sloot op +28,68%, 2004 op +10,88%, 2005 op +4,91%.

Irak 2003

De VS viel Irak binnen op 20 maart 2003. De S&P 500 steeg die dag met +2,3%, markten hadden de onzekerheid al ingeprijsd. Het jaarrendement van 2003: +28,68%.

Oekraïne 2022

Na de Russische invasie op 24 februari 2022 daalde de S&P 500 in de eerste dagen met -7%, maar binnen drie weken was dat verlies volledig goedgemaakt. Het jaarrendement van 2022 was uiteindelijk -18,11%. Maar zoals gezegd: dat was niet door de oorlog. De Fed verhoogde de rente agressief als reactie op de hoge inflatie. De energieprijzen schoten omhoog door het conflict en versterkten die inflatie. Niet de oorlog zelf, maar de rentereactie bepaalde het beursjaar.

Wanneer oorlog wel langdurige schade aanricht

De data is overtuigend, maar eerlijk zijn we ook over de uitzonderingen. Oorlog doet structurele schade aan beurzen als:

Het conflict hoge inflatie en energieprijzen veroorzaakt. De Jom Kipoer-oorlog van 1973 leidde tot een OPEC-olie-embargo dat de westerse economieën direct raakte. Kijk naar de cijfers: 1973 was -14,66% en 1974 zelfs -26,47%. Niet de oorlog, de olieprijzen.

Het samenvalt met een bestaande recessie. Zoals bij 9/11: de economie was al zwak door de dotcomcrash. Een extra schok maakt een zwakke economie zwakker.

Grote economieën direct betrokken raken. Hoe groter de economische blootstelling, hoe harder markten reageren.

Nucleaire escalatie of een echte wereldoorlog. Dit is het zwartste scenario en in dat geval zijn beurzen ook het minste van je zorgen.

En nu: Oekraïne, Israël en Iran

De huidige situatie is onrustig. Dat is ook de realiteit.

De oorlog in Oekraïne duurt al jaren. De economische schade, energieprijzen, inflatie en renteverhogingen zitten al lang verwerkt in de koersen. De markt heeft dit conflict al meerdere keren ingeschat en heringeschat.

Na de Hamas-aanval op Israël in oktober 2023 reageerde de S&P 500 nauwelijks negatief en herstelde snel. De directe economische blootstelling van westerse beurzen aan het conflict is beperkt.

Het echte risico bij de spanningen tussen de VS, Israël en Iran zit niet in de geopolitiek zelf, maar in de Straat van Hormuz. Door die zeestraat loopt zo’n 20% van het wereldwijde olietransport. Als die verstoord blijft, stijgen energieprijzen en daarmee inflatie. Dat is het scenario om in de gaten te houden, niet de oorlog zelf (ook al komt dit voort uit de oorlog).

Wat doe je als belegger tijdens geopolitieke onrust?

Kort antwoord: Waarschijnlijk niets.

Lang antwoord: De cijfers hierboven laten zien dat beleggers die tijdens conflicten verkochten er spijt van kregen. Wie in april 1942 verkocht, miste +25,90% in 1943. Wie na 9/11 verkocht, miste +28,68% in 2003. Wie na de Russische invasie in paniek ging, had zijn verlies binnen drie weken goedgemaakt. Uiteraard is het geen garantie dat dingen uit het verleden zich herhalen.

Wat wel verstandig is om altijd te doen:

Controleer je spreiding. Een brede wereldwijde ETF beschermt je beter tegen regionale schokken dan een portefeuille die sterk gericht is op één regio of sector.

Blijf periodiek inleggen. Als je elke maand een vast bedrag inlegt, koop je tijdens een daling automatisch meer aandelen voor hetzelfde geld. Dat is juist voordelig.

Zet je app uit als je moet. Elke dag koersen checken tijdens geopolitieke onrust leidt tot emotionele beslissingen en emotionele beslissingen kosten geld

Cash is geen veiligheid. Geld verliest waarde door inflatie. Buffett zei het al: het laatste wat je wil zijn in onzekere tijden is volledig in cash. Oorlogen versnellen het inflatieproces.

Conclusie

Oorlog is vreselijk. Voor de mensen die er middenin zitten, voor de wereld, voor de stabiliteit.

Maar de beurs heeft een ander geheugen. Een koud, cijfermatig geheugen dat keer op keer hetzelfde patroon laat zien: eerste schok, onzekerheid, herstel. De markt kijkt niet naar vandaag, hij kijkt naar de winsten van bedrijven over 5 – 10 jaar.

De rode draad door meer dan een eeuw aan oorlogen en conflicten is verrassend eenduidig: wie rustig bleef, won. Wie in paniek verkocht, verloor vaak en miste het herstel.

De onrust van nu is reëel. Maar dat was het in 1942, 1973, 2001 en 2022 ook.

Bron jaarrendementen S&P 500: Slickcharts.com.

Dit artikel is educatief van aard en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

WhatsApp
X
LinkedIn
Facebook
Pinterest